NL

Nationaliteit van Otto Frank

Otto Frank was Duits, maar werd na de oorlog Nederlands staatsbuger.

Otto Frank kreeg bij zijn geboorte de Pruisische nationaliteit. Van 1866 tot 1933 behoorde Frankfurt am Main tot het koninkrijk Pruisen,[1] waardoor de inwoners de Pruisische nationaliteit kregen. In 1871 ontstond het Duitse keizerrijk, maar de bevolking bleef de Pruisische, Beierse, Saksische enz. nationaliteit behouden. Na 1933 kwam de gelijkschakeling van de verschillende landen, waaronder Pruisen, in het Derde Rijk. De overgang van Pruisisch naar Duits was een gevolg van de Gleichschaltungsgesetze van 31 maart en 7 april 1933.[2] In het bevolkingsregister van Frankfurt staat als nationaliteit van Otto Frank, net als van zijn familie en zijn gezin, vermeld: Pr.[3] Op zijn inschrijvingsformulier aan de universiteit van Heidelberg (1909) staat ingevuld: Staatsangehörigheit: Preusse.[4] Vanaf februari 1934 hadden allen de Deutsche Staatsangehörigkeit.[5] Volgens de gezinskaart in het Amsterdamse bevolkingsregister en de vreemdelingenkaart in het politiearchief, beide in de zomer van 1933 opgemaakt, was Otto Frank Duitser.[6]

Duits of stateloos?

Otto Frank en zijn gezin werden op 25 november 1941 van de ene op de andere dag staatloos burgers ten gevolge van de Elfte Verordnung zum Reichsbürgergesetz.[7] Deze verordening bepaalde dat alle in het buitenland wonende Joden die de Duitse nationaliteit hebben, deze zouden verliezen.[8] De Elfte Verordnung was een van de in totaal dertien aanvullende uitvoeringsdecreten op de wet op het Rijksburgerschap van 15 september 1935,[9] een van de zogenaamde  'Neurenberger wetten' die Duitse Joden van hun burgerrechten beroofde.[10] Na de Tweede Wereldoorlog draaiden de geallieerde bezettingsmachten de nazi-wetgeving terug. Hierdoor ontstond een gebrek aan consensus over de rechtspositie van de vooroorlogse Duitse Joden in Nederland: waren zij nu Duits of stateloos? Pas in de zomer van 1946 nam de Nederlandse regering het standpunt in dat de ausgebürgerte Duitse Joden stateloos waren. Maar in de ogen van de Nederlandse Justitie waren de vooroorlogse Duits joodse vluchtelingen weer Duitser door het intrekken van de nazi-wetgeving door de geallieerden en daarmee de facto voor de Nederlandse wet 'vijandig onderdaan' waarnaar, volgens de normale procedures, een onderzoek gerechtvaardigd was. Volgens het militaire gezag echter, (dat gedurende de bijzondere staat van beleg het land bestuurde en tot 1 september 1945 toezicht had op vreemdelingen had en de grens bewaakte) waren zij stateloos en gold het intrekken van de nazi-wetgeving alleen voor het door de geallieerden bezette Duitse grondgebied. Volgens het Militaire Gezag genoten alle vooroorlogse Duitse Joden die voor 10 mei 1940 een officiële Nederlandse verblijfsvergunning hadden dan ook, volgens artikel 4 van de grondwet bescherming op het Nederlandse grondgebied. Pas in de zomer van 1946 kwam aan dit gebrek aan consensus een einde, toen de regering het standpunt innam dat de ausgebürgerte Duitse Joden stateloos waren (ervan uitgaande dat zij zich tijdens de bezetting niet anti-Nederlands hadden gedragen). In afwachting van de definitieve regeling kregen zij een verblijfsvergunning die jaarlijks moest worden verlengd. [11]

Omdat Otto Frank al voor 10 mei 1940 legaal als Duitse Jood in Nederland verbleef en er geen bezwaren tegen hem bestonden, kreeg hij in afwachting van een definitieve regeling een verblijfsvergunning, die jaarlijks moest worden verlengd. Op zijn vreemdelingenkaart staan de data waarop hij, zowel voor als na de Tweede Wereldoorlog, zijn visum heeft laten verlengen.[12] Er bestond de mogelijkheid alsnog voor de Duitse nationaliteit te opteren. Otto Frank wilde echter Nederlander worden en maakte daar geen gebruik van. Op 18 februari 1948 verklaarde hij schriftelijk dat hij de Duitse autoriteiten niet had gevraagd en niet zou vragen de Duitse nationaliteit te mogen behouden.[13]

Naturalisatie

Al in het najaar van 1945 had Otto Frank het voornemen zich tot Nederlander te laten naturaliseren. Volgens een door Otto Frank gemaakt overzicht getiteld 'Naturalisatie' en volgens een vermelding in zijn agenda van 1946 blijkt dat zijn naturalisatie procedure begon op 9 februari 1946 met de betaling van tweehonderd gulden aan het Ministerie van Justitie. Op 14 mei 1948 adviseerde de Commissaris van de Koningin in Noord-Holland om Otto Franks naturalisatie 'mede gelet op het daaraan verbonden Nederlandse belang' met voorrang te bevorderen.[14] Op 10 maart 1949 noteerd Otto Frank dat hij was opgenomen in de lijst Adlerstein.[15] Dat was een lijst van twintig personen, onder wie dus Otto Frank, die en groupe de Nederlandse nationaliteit zullen krijgen. Met de publicatie op 16 december 1949 in het Staatsblad was de naturalisatie van Otto Frank tot Nederlander een feit.[16]

Noten

  1. ^ Wikipedia: Vrije Stad Frankfort.
  2. ^ Wikipedia: Gleichschaltung.
  3. ^ Institut für Statdtgeschichte (IfS), Frankfurt am Main: Hausstandsbücher Nr. 1.382 (kopie bij: AFS, afd. Collecties); ibidem: Null-Kartei, Kasten Nr. 451 (kopie bij: AFS, afd. Collecties); ibidem: Hausstands (Einwohnermelderegister) Ganghoferweg 24.
  4. ^ Universitätsarchiv Heidelberg, StudA 1900-09/10 Frank, Otto: 'Anmeldung Sommer-Semester 1908' (kopie bij: AFS, afd. Collecties).
  5. ^ Verfassungen der Welt: Verordnung über die deutsche Staatsangehörigkeit vom 5. Februar 1934.
  6. ^ Stadsarchief Amsterdam (SAA), Gezinskaarten, toegangsnummer 5422: Gezinskaart Otto Frank; SAA, Gemeentepolitie Amsterdam, inv. nr. 3929: Vreemdelingenkaart O.H. Frank.
  7. ^ NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, Amsterdam, inv. nr. 242a, Archief van de Höhere SS- und Polizeiführer, Generalkommissar für das Sicherheitswesen, 1940-1945: Kaart 'Bureau Registratie' t.n.v. Otto Frank.
  8. ^ Verfassungen der Welt: Elfte Verordnung zum Reichsbürgergesetz (1941).
  9. ^ Verfassungen der Welt: Reichsbürgergesetz.vom 15. September 1935.
  10. ^ Wikipedia: Rassenwetten van Neurenberg.
  11. ^ Zie verder: Corrie K. Berghuis, Geheel ontdaan van onbaatzuchtigheid: het Nederlandse toelatingsbeleid voor vluchtelingen en displaced persons van 1945 tot 1956. Proefschrift Universiteit van Amsterdam, 1999, p. 19-30.
  12. ^ SAA, Archief van de Politie, toegangsnummer 5225, inv. nr. 3929: Vreemdelingenkaart Otto H. Frank (kopie bij AFS, afd. Collecties, map: Collectie in handen van derden, Inventaris Instellingen NL, A t/m M). De tweede kaart van Otto Frank moet nog uit het Stadsarchief gelicht worden.
  13. ^ Nationaal Archief (NL-HaNA), Den Haag, Justitie / Verbaal en Kabinet, 2.09.22, inv. nr. 13402, volgnr. 2234.
  14. ^ NL-HaNA, Justitie / Verbaal en Kabinet, 2.09.22, nv. nr. 13402, volgnr. 2234: Commissaris der Koningin aan de Minister van Justitie.
  15. ^ AFS, AFC, reg. code A_OFrank_I_028: Overzicht van de naturalisatieaanvraag.
  16. ^ No. J 518 Wet van 30 November 1949, houdende naturalisatie van Dawid Adlerstein en 19 anderen, Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, 16 december 1949, p. 2. De achternaam van Otto wordt foutief gespeld als Franck.