NL

Stella Stoppelman - Delden

Stella Delden was de schoondochter van de hospita van Jan en Miep Gies.

Esther (Stella) Stoppelman - Delden[1] was de schoondochter van Rien Stoppelman - van der Reis, de hospita van Jan en Miep Gies. Haar echtgenoot Meier (Max) Stoppelman was een kampgenoot van Peter van Pels in Auschwitz.

Esther Delden was winkelbediende.[2] Het huwelijk met Meier (Max) Stoppelman vond plaats op 10 december 1941.[3] Midden 1943 dook Stella samen met haar zus Deborah onder bij de familie Adriani aan de Hoefloo in Laren. Ook Max zat vanaf eind 1943 ondergedoken bij de Adrianis.[4] Op 12 april 1944 werden ze na verraad gearresteerd.[5] Rien Stoppelman, Stella's schoonmoeder, schreef op 1 mei 1944 via het Rode Kruis aan haar in Londen verblijvende echtgenoot Arond Stoppelman dat '12 April het laatste dat mij restte niets meer melden kan'.[6]

Ook mevrouw Adriani werd gearresteerd en ze werden allen afgevoerd naar het Huis van Bewaring aan de Amsterdamse Weteringschans. Adriani kwam vrij, maar de onderduikers werden op 18 april 1944 overgebracht naar Westerbork, waar ze werden ondergebracht in barak 67, de strafbarak.[7] Enkele weken later werden ook broer Abraham Delden en jongere zus Rosalina Delden gearresteerd. Zij kwamen op 17 mei 1944 in Westerbork aan.[8] De familie werd op 19 mei 1944 gezamenlijk met het zogenaamde zigeunertransport naar Auschwitz gedeporteerd.[9] Het ging om een transport van in totaal achttien wagons. Vijf wagons waren voor de (naar schatting 245) zigeuners, waarvan ongeveer 123 kinderen. Deze wagons waren met een ‘Z’ gemarkeerd. De andere wagons waren voor Joodse gedeporteerden en hadden een Jodenster op de wagons. Het transport van 19 mei 1944 werd door kampgevangene Rudolf Breslauer op film vastgelegd, ook het moment kort voordat de deur van een van de wagons werd gesloten. Zo legde hij op ook een inmiddels wereldberoemd beeld van de nazi-vervolging vast: het Sinti-meisje Settela Steinbach bij een van de wagondeuren.[10]

Abraham Deldden werd vrijwel direct na aankomst op 24 mei 1944 vermoord in Auschwitz, Rosalina op 30 september 1944.[11] Oudste broer Aron en diens echtgenote Rebecca Visjager waren al op 21 juli 1942 gedeporteerd naar Auschwitz en werden daar op 30 september 1942 vermoord.[12] Hoe en wanneer Stella Stoppelman-Delden uiteindelijk in Bergen-Belsen terechtkwam, is vooralsnog niet bekend, maar zij kwam daar op 5 december 1944 om het leven op 24-jarige leeftijd.[13] Haar zus Debora overleefde zwaar verzwakt de kampen. Otto Frank verbleef na de bevrijding van Auschwitz enkele weken in Katowice en noteerde op 11 maart 1945 'Borah Delden' in zijn notitieboekje.[14] Debora Delden maakte vervolgens tot Marseille dezelfde terugreis. De bootreis aan boord van de SS Monowai ging via Istanbul, Kreta, Sardinië en Corsica en uiteindelijk kwamen zij  aan in Marseille. Volgens Max Stoppelman is Debora tijdens deze reis aan boord overleden,[15] maar op een door het Centraal Registratie Bureau voor Joden samengestelde lijst van Joodse overlevenden staat dat zij ziek achterbleef na aankomst in Marseille op 27 mei 1945.[16] Daar overleed ze drie weken later op 23 juni 1945. Ze werd in Marseille begraven. Max Stoppelman kwam in een buitenkamp van Flossenburg terecht, maar overleefde de oorlog. In juli 1945 keerde hij terug in Amsterdam.

Bron persoonsgegevens.[17] Adressen: Waterlooplein 50-52, Amsterdam.Zie noot 2. Rijnstraat 209 I;[18] Kuinderstraat 25.[19]

Noten

  1. ^ Door Anne aangeduid als: S. Anne Frank, Dagboek A, 15 en 18 april, in: Verzameld werk, Amsterdam: Prometheus, 2013.
  2. ^ Joods Monument: Esther Stoppelman-Delden.
  3. ^ Stadsarchief Amsterdam (SAA), Dienst Bevolkingsregister, Archiefkaarten (toegangsnummer 30238): Archiefkaart Esther Delden.
  4. ^ Anne Frank Stichting (AFS), Getuigenarchief, Stoppelman: Brief M. Stoppelman, 9 augustus 1995; Herinneringsbomen Laren: Onderduikers - Hoefloo 6.
  5. ^ Max Stoppelman. Rapport over de arrestatie: Streekarchief Gooi en Vechtstreek, Aanvulling op het archief korps politie gemeente Laren (bestandsnr. SAGV142), plaatsingslijstnr. 6. Registers houdende dag- en nachtrapporten, 13 april 1944, mut. 9.00 uur.
  6. ^ AFS, afd. Collecties (beheer blauw, bezit Alfred Cohen): Correspondentie Rode Kruis, nr. 406803.
  7. ^ Arolsen Archives – International Center on Persecution, Bad Arolsen, Joodsche Raad Cartotheek: DocID: 130381680 (Esther STOPPELMAN DELDEN); DocID: 130278728 (Debora DELDEN); DocID: 130381741 (Meier STOPPELMAN).
  8. ^ Arolsen Archives, Joodsche Raad Cartotheek: DocID: 130278716 (Abraham DELDEN); DocID: 130278767 (Rosalina DELDEN).
  9. ^ USC Shoa Foundation - The Institute for Visual History and Education, Interview Meier Stoppelman, nr. 3780, 01.19.00 (geraadpleegd in de Mediatheek van het Joods Historisch Museum).
  10. ^ Herinneringscentrum Kamp Westerbork: 19 mei 1944: het zigeunertransport.
  11. ^ Arolsen Archives, Namensliste der jüdischen Opfer des NS-Regimes in den Niederlanden, 1941-1945, A-Z: DocID: 5148225DocID: 5148227.
  12. ^ Arolsen Archives, Joodsche Raad Cartotheek: DocID: 130278723 (Aron DELDEN)DocID: 130278765 (Rebecca DELDEN VISJAGER); Namensliste der jüdischen Opfer des NS-Regimes in den Niederlanden, 1941-1945, A-Z: DocID: 5148225; DocID: 5148229.
  13. ^ Arolsen Archives, Namensliste der jüdischen Opfer des NS-Regimes in den Niederlanden, 1941-1945, A-Z: DocID: 5153262.
  14. ^ AFS, Anne Frank Collectie, Otto Frank Archief, reg. code OFA_040: Notitieboekje Otto Frank, 11 maart 1945.
  15. ^ AFS, Getuigenarchief, Stoppelman: M. Stoppelman aan Hans Westra, 25 augustus 1999.
  16. ^ AFS, AFC, reg. code A_OFrank_I_001: 18 lijsten opgemaakt door Centraal Registratie Bureau voor Joden met namen van Joodse overlevenden, 1945, lijst no. 3, lijst van Joden, via Odessa in Marseille aangekomen.
  17. ^ SAA, Dienst Bevolkingsregister, Archiefkaarten (toegangsnummer 30238): Archiefkaart Esther Delden; Joods Monument: Esther Stoppelman-Delden.
  18. ^ AFS, afd. Collecties (beheer blauw, bezit Alfred Cohen): Correspondentie via Rode Kruis, nr. 86120.
  19. ^ Het Joodsche Weekblad, 19 december 1941