Hetty de Levie
Rond het midden van de jaren dertig werkte Hetty de Levie bij Opekta op Singel 400. Ze staat op enkele foto's met andere personeelsleden.
Na het overlijden van haar moeder kwam Hetty met haar zus Celine Sara (1913-1943) in het Centraal Israëlitisch Weeshuis aan de Utrechtse Nieuwegracht terecht. Beiden kwamen op 14 april 1926 in het weeshuis aan. Twee familieleden stonden borg, terwijl een fonds van advocaat en procureur J. Hamburger Adzn. de kosten droeg.[1] Voor Celine werd in 1932 een betrekking in Amsterdam gevonden.[2] Hetty bleef er na Celines vertrek nog tot 9 mei 1934.
In de latere jaren van haar weeshuistijd bezocht Hetty een kweekschool. Hoewel de directeur van die school gunstig over haar berichtte was de leiding van het weeshuis niet te spreken over haar gedrag. Na herhaaldelijke ‘ernstige conflicten’ gaf ze te kennen ‘zich niet te kunnen schikken in deze omgeving’. Daarom werd ze ‘aan haar vader teruggegeven.’ Ze stuurde de regenten nog wel een dankbetuiging.[3] Eind mei 1934 trok ze voor korte tijd in bij haar broer Henri (1908-1943) in Amsterdam en bleef ruim drie jaar op verschillende adressen in die stad wonen.[4] In de zomer van 1936 overleed haar vader.[5]
Er ontbreken details over het wanneer en hoe lang, maar in deze Amsterdamse periode vond ze een arbeidsplaats bij Opekta op Singel 400. Er zijn enkele foto’s waar ze opstaat met Victor Kugler, Miep Gies, Isa Monas, Henk van Beusekom en Branca Boom. Het bijschrift van een foto duidt haar aan als ‘Hetty Levy’.[6]
Eind 1937 ging Hetty terug naar Utrecht. Op 29 mei 1940 was ze daar getuige bij het huwelijk van haar zus Mina (1902-1963). Haar beroep was op dat moment huishoudster.[7] In juni 1941 bleek ze te zijn opgenomen in sanatorium Zonnegloren in Soest, een instelling voor tuberculosepatiënten.[8] De burgemeester van Soest liet op 30 november 1942 desgevraagd aan de gemachtigde voor de provincie Utrecht weten dat Hetty de Levie als enig Joodse persoon verblijf hield in een instelling in zijn gemeente, en wel in Zonnegloren.[9]
Hetty's zus Celine (ook wel Lineke genoemd) kwam met haar man Siegfried Leezer en hun drie kleine kinderen in Westerbork terecht. Hetty zamelde in het sanatorium allerlei levensmiddelen voor ze in. Lineke schreef: 'Hetty, je blijft dus slank en je wordt nog wel zo vetgemest. Kind wat zullen de kinderen van de sinaasappels genieten en ik vind 't erg lief van je maar je kan ze zelf zoo heel goed gebruiken.'[10] Enkele weken later is het hele gezin in Sobibor vergast.[11]
De Joodse Raad-kaart van Hetty vermeld ten onrechte dat zij net als haar andere zus Marie Celine (1910-1943) op 23 maart 1943 uit Westerbork is gedeporteerd.[12] Dat transport ging eveneens naar Sobibor en kende geen overlevenden. Hetty is niet in Westerbork geweest, maar kon kennelijk in Soest blijven, aangezien ze daar in de zomer van 1945 overleed.[13] Dat jaar overleden in Nederland bijna 8000 mensen aan tuberculose.[14] In 1960 refereerde Victor Kugler – die zich niet haar naam maar wel dit overlijden herinnerde – na het terugvinden van de Opektafoto aan Hetty in een brief aan Miep en Jan Gies.[15]
Bron persoonsgegevens.[16] Adressen: Breda; Spieghelstraat 66, Utrecht; Nieuwegracht 92 (weeshuis);[17] Amsterdam, diverse adressen;[4] Antonius Matthaeuslaan 9, Utrecht; Soesterbergsestraat 125, Soest (sanatorium Zonnegloren).[18]
Noten
- ^ Stadsarchief Amsterdam (SAA), Centraal Israëlitisch Weeshuis, inv. nr. 42: register van opgenomen wezen.
- ^ SAA, Stichting Centraal Israëlitisch Weeshuis in Nederland (toegang 1157), inv. nr. 163: notulen van Regentenvergadering 1919-1938, 114.
- ^ SAA, Centraal Israëlitisch Weeshuis, inv. nr. 163: notulen, 180, 184 en 208.
- a, b SAA, Dienst Bevolkingsregister, Gezinskaarten (toegang 5422): gezinskaart H.R. de Levie.
- ^ Noord-Hollands Archief (NHA), Burgerlijke Stand Hilversum (toegang 358.55), inv. nr. 31936: register van overlijdens, akte 417, 24 augustus 1936.
- ^ Anne Frank Stichting (AFS), Anne Frank Collectie (AFC), reg. code A_Opekta_III_007: foto van Opektapersoneel voor Singel 400, midden jaren dertig.
- ^ Het Utrechts Archief (HUA), Burgerlijke Stand in de provincie Utrecht (toegang 463), inv. nr. 742-02: register van trouwakten Utrecht, akte 576, 29 mei 1940.
- ^ Maarten-Jan Vos, De gemeente Soest en haar joodse inwoners 1941 – 1950 (z.p. 2025) 16.
- ^ Archief Eemland (AE), Gemeentebestuur Soest 1929-1975 (toegang 0911), inv. nr. 1765: burgemeester A.L. des Tombe aan Prov. Commissaris, 30 november 1942.
- ^ Nederlands Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies NIOD (NIOD), Collectie Correspondentie (toegang 247), inv. nr. 50: C.S. Leezer-de Levie aan M. Jansen-de Levie, 20 mei en 18 juni 1943.
- ^ Digitaal Joods Monument: Celina Leezer-de Levie.
- ^ Nationaal Holocaust Museum (Amsterdam), Cartotheek van de Joodse Raad 1941-1945 (D024000): registratiekaarten van M.C. de Levie en H.R. de Levie; Arolsen Archives - International Center on Nazi Persecution, Bad Arolsen, Joodsche Raad Cartotheek: DocID: 130332173 (Marie C DE LEVIE) en DocID: 130331953 (Henriette R DE LEVIE).
- ^ HUA, Burgerlijke Stand provincie Utrecht, inv. nr. 1792: register van overlijdens Soest, akte 384, 29 augustus 1945.
- ^ J.B.Th. Spaan en J.A.W. Berghauser Pont, De Zon klimt hoger. De geschiedenis van het sanatorium "Zonnegloren"te Soest en de ontwikkeling der tuberculosebestrijding in Nederland, beschreven ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van "Zonnegloren" op 13 Juli 1952 (Den Haag 1952) 125.
- ^ AFS, AFC, reg. code AFS.02087: Victor Kugler aan Miep en Jan Gies, 11 december 1960.
- ^ HUA, Gemeentebestuur Utrecht 1813-1969 (toegang 1007-2), inv. nr. 7989-29: gezinskaart Jacob de Levie, post 8; HUA, Burgerlijke Stand in de provincie Utrecht, inv. nr. 1792: register van overlijdens Soest, akte 384, 29 augustus 1945.
- ^ HUA, Gemeentebestuur Utrecht, inv. nr. 7989-29; gezinskaart J. de Levie, post 8.
- ^ AE, Gemeentebestuur Soest, inv. nr. 1765: Des Tombe aan Provinciaal Commissaris, 30 november 1942.