NL

Max Stoppelman

Max Stoppelman was de zoon van de hospita van Jan en Miep Gies. Hij was een kampgenoot van Peter van Pels in Auschwitz.

Meier (Max) Stoppelman was de zoon van Arond Stoppelman en Rien Stoppelman - van der Reis, de hospita van Jan en Miep Gies. Hij had een twee jaar oudere zus, Froukje. Max was handelaar in confectie.[1] Hij trouwde op 10 december 1941 met Esther (Stella) Delden.[2] Max en Stella schreven in augustus 1941 naar vader Arond Stoppelman in Londen dat zij zouden wachten op zijn terugkeer met trouwen.[3] Max Stoppelman werkte als estafettehulp bij de Joodsche Raad, en wist zichzelf en enige anderen aan valse Sperre-nummers te helpen.[4] Op 25 oktober 1943 schreef hij zijn vader: 'Het is voor ons een vreeselijke toer om er doorheen te komen. Slechts enkelen zal dit gelukken'.[5]

Hij zat vanaf eind 1943 ondergedoken bij familie Adriani aan de Hoefloo in Laren, waar zijn vrouw en schoonzus Debora al een paar maanden langer verbleven.[6] Op 12 april 1944 werden zij daar na verraad gearresteerd en de volgende dag naar Amsterdam overgebracht.[7] De moeder van Max, Rien Stoppelman - van der Reis, schreef op 1 mei 1944 via het Rode Kruis aan haar man in London dat: '12 April het laatste dat mij restte niets meer melden kan'.[8] Samen met de notitie in Annes dagboek gaf dat een goede indicatie van het moment.[9]

Mevrouw Adriani kwam vrij, maar de onderduikers werden op 18 april 1944 overgebracht naar Westerbork, waar ze werden ondergebracht in barak 67, de strafbarak.[10] Op 19 mei 1944 werden zij met het zogenaamde zigeunertransport naar Auschwitz gedeporteerd.[11] Het ging om een transport van in totaal achttien wagons. Vijf wagons waren voor de (naar schatting 245) zigeuners, waarvan ongeveer 123 kinderen. Deze wagons waren met een ‘Z’ gemarkeerd. De andere wagons waren voor Joodse gedeporteerden en hadden een Jodenster op de wagons. Het transport van 19 mei 1944 werd door kampgevangene Rudolf Breslauer op film vastgelegd, ook het moment kort voordat de deur van een van de wagons werd gesloten. Zo legde hij op ook een inmiddels wereldberoemd beeld van de nazi-vervolging vast: het Sinti-meisje Settela Steinbach bij een van de wagondeuren.[12]

In Auschwitz ontmoette Max Peter van Pels, die hem vertelde dat zijn moeder, Rien Stoppelman - van der Reis, nog leefde. Hij nam Peter onder zijn hoede. Op 17 januari 1945 werd hij op transport gezet. Peter was daar niet bij; die zat waarschijnlijk bij een ander transport.[4] Max kwam in een buitenkamp van Flossenburg terecht. In juli 1945 keerde hij terug in Amsterdam.[13] Zijn echtgenote kwam op 5 december 1944 om het leven in Bergen-Belsen.[14] Zijn schoonzus Debora overleefde zwaar verzwakt de kampen en maakte tot Marseille dezelfde terugreis als Otto Frank. Volgens Max Stoppelman is Debora tijdens deze reis aan boord overleden,[13] maar op een door het Centraal Registratie Bureau voor Joden samengestelde lijst van Joodse overlevenden staat dat zij ziek achterbleef na aankomst in Marseille op 27 mei 1945.[15] Daar overleed ze drie weken later op 23 juni 1945. Ze werd in Marseille begraven.

Bron persoonsgegevens.[16]  Adressen: Hunzestraat 25, Amsterdam;[17] Rijnstraat 209 I;[3] Kuinderstraat 25.[17]

Noten

  1. ^ Telefoongids 1950.
  2. ^ Stadsarchief Amsterdam (SAA), Dienst Bevolkingsregister, Archiefkaarten (toegangsnummer 30238): Archiefkaart Meier Stoppelman.
  3. a, b Anne Frank Stichting (AFS), afd. Collecties (beheer blauw, bezit Alfred Cohen): Correspondentie via Rode Kruis, nr. 86120.
  4. a, b AFS, Getuigenarchief, Stoppelman: Brief M. Stoppelman, 9 augustus 1995.
  5. ^ AFS, afd. Collecties (beheer blauw, bezit Alfred Cohen): Correspondentie Rode Kruis, nr. 36713/43.
  6. ^ USC Shoah Foundation – The Institute for Visual History and Education: Interview M. Stoppelman, nr. 3780, vanaf 01.02.00 (geraadpleegd in de Mediatheek van het Joods Historisch Museum); Herinneringsbomen Laren: Onderduikers - Hoefloo 6.
  7. ^ Streekarchief Gooi en Vechtstreek, Aanvulling op het archief korps politie gemeente Laren (bestandsnr. SAGV142), plaatsingslijstnr. 6: Registers houdende dag- en nachtrapporten, 13 april 1944, mut. 9.00 uur.
  8. ^ AFS, afd. Collecties (beheer blauw, bezit Alfred Cohen): Correspondentie Rode Kruis, nr. 406803.
  9. ^ Wordt door Anne aangeduid als: M. Anne Frank, Dagboek A, 15 en 18 april 1944, in: Verzameld werk, Amsterdam: Prometheus, 2013.
  10. ^ Arolsen Archives – International Center on Persecution, Bad Arolsen, Joodsche Raad Cartotheek: DocID: 130381680 (Esther STOPPELMAN DELDEN); DocID: 130278728 (Debora DELDEN); DocID: 130381741 (Meier STOPPELMAN).
  11. ^ USC Shoa Foundation - The Institute for Visual History and Education, Interview Meier Stoppelman, nr. 3780, 01.19.00.
  12. ^ Herinneringscentrum Kamp Westerbork: 19 mei 1944: het zigeunertransport.
  13. a, b AFS, Getuigenarchief, Stoppelman: M. Stoppelman aan Hans Westra, 25 augustus 1999.
  14. ^ Arolsen Archives, Namensliste der jüdischen Opfer des NS-Regimes in den Niederlanden, 1941-1945, A-Z: DocID: 5153262.
  15. ^ AFS, AFC, reg. code A_OFrank_I_001: 18 lijsten opgemaakt door Centraal Registratie Bureau voor Joden met namen van Joodse overlevenden, 1945, lijst no. 3, lijst van Joden, via Odessa in Marseille aangekomen.
  16. ^ SAA, Dienst Bevolkingsregister, Archiefkaarten (toegangsnummer 30238): Archiefkaart Meier Stoppelman; Geni: Meier (Max) Stoppelman.
  17. a, b SAA, Dienst Bevolkingsregister, Archiefkaarten (toegangsnummer 30238): Archiefkaart Meier Stoppelman.