Zunia Erlichman
Zunia Erlichman was een klasgenoot van Anne Frank op het Joods Lyceum in Amsterdam.
Zunia (ook wel Zacharias) Erlichman werd geboren in Kyiv als zoon van Tobias Erlichman en Beila Galinskaia.[1] Twee jaar na zijn geboorte verliet het gezin de Sovjet-Unie en kwam het via Mexico in Caracas, Venezuela, terecht, waar in 1931 een tweede zoon, Moyses, werd geboren.[2] In oktober 1934 vestigden de Erlichmans zich in Amsterdam, waar in 1935 een derde zoon, Josef werd geboren.[3] Tobias Erlichman was kleermaker[3] en eigenaar van een wasserij en stomerij op de Haarlemmerdijk. Op 5 september 1942 deed hij aangifte van een inbraak en diefstal van een partij wasgoed.[4]
Zunia was een leerling op de 4e HBS (Hogere Burgerschool) met Vijfjarige Cursus op Jozef Israëlskade 45 in Amsterdam. Na de zomervakantie van 1941 zou hij overgaan naar de tweede klas.[5] Omdat het Joodse leerlingen en docenten per 1 september 1941 werd verboden reguliere scholen te bezoeken, moest hij naar het Joods Lyceum. Hij zat in het schooljaar 1941-1942 in klas 1L2, waar ook Anne Frank in zat.[6] Hij verliet de school op 27 april 1942. Daarom komt hij niet voor in de opsomming van klasgenoten in Annes dagboek op 15 juni van dat jaar.[7]
Rond twee uur in de middag van 26 oktober 1942 werd Zunia in de Gerard Doustraat zonder Jodenster aangetroffen en door de SD'er Klaas Nap aangehouden, maar vanwege zijn Russische nationaliteit heengezonden.[8] Drie dagen later, op 29 oktober 1942, werd hij door het 11e Bureau (Bureau Joodsche Zaken) bij de Centrale Recherche in Amsterdam ingesloten. De volgende dag bracht men hem met drie anderen over naar de Sicherheitsdienst.[9] Zunia werd op 20 november 1942 vanuit Westerbork gedeporteerd naar Auschwitz[10] waar hij op 28 februari 1943 om het leven kwam.[11]
In een oral history interview vertelde Zunia's broer, Moyses (Max) Erlichman, hoe hij, samen met zijn vader en broer Josef half november 1942 naar Westerbork werden afgevoerd. Zijn moeder was op 18 september 1942 al gedeporteerd naar Auschwitz[12] en werd direct na aankomst op 21 september 1942 vermoord.[11] Vanuit Westerbork werden hij, zijn broer en vader op 11 januari 1944 naar Bergen-Belsen gestuurd.[13] Na een verblijf van negen weken in Bergen-Belsen, werden zij overgeplaatst naar een kamp in Wülzburg in Beiereren, waar zij in maart of april 1945 door het Amerikaanse leger werden bevrijd. Zij herstelden in een huis dat hen door burgers ter beschikking was gesteld in Weissenburg in Beieren, waarna zij naar een kamp voor ontheemden in Würzburg werden teruggestuurd en van daaruit op 9 juni 1945 terugkwamen in Nederland.[13] Een paar jaar na de oorlog kozen zij alle drie voor een bestaan in de Verenigde Staten.[2]
Bron persoonsgegevens.[1] Adressen: Korte Prinsengracht 4, Amsterdam (okt. ’34), Haarlemmerdijk 110 (jan. ’35), Goudsbloemstraat 10 II (aug. ’36), Gerard Doustraat 86 I (okt. ’37).[14]
Noten
- a, b Stadsarchief Amsterdam (SAA), Dienst Bevolkingsregister, Archiefkaarten (toegangsnummer 30238): Archiefkaart Zunia Erlichman; Joods Monument: Zunia Erlichman.
- a, b United States Holocaust Memorial Museum: Oral history interview met Max Erlichman, 10 december 1993.
- a, b SAA, Dienst Bevolkingsregister, Archiefkaarten (toegangsnummer 30238): Archiefkaart Tobias Erlichman.
- ^ SAA, Politierapporten '40-'45, archiefnummer 5225, inventarisnummer 6816, Rapportnummer: 248, Wijkbureau: Spaarndammerstraat, 5 september 1942, mut. 9:05.
- ^ SAA, Archief van de Secretarie, Afdeling Onderwijs (toegang: 5191), inv. nr. 7410: Opgave van de 4e G.H.B. met 5 j.c. B., Ingekomen lijsten van middelbare scholen met opgave van aanwezige Joodse leerlingen.
- ^ NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust en Genocidestudies, Amsterdam, Archief 181e (W.S.H. Elte), inv. nr. 2f: Absentenregister klas 1LII Joods Lyceum, 1 maart – 17 juli 1942; Dienke Hondius, Absent: Herinneringen aan het Joods Lyceum Amsterdam 1941-1943, Amsterdam: Vassallucci, 2001, p. 269; Wikipedia: Klas van Anne Frank.
- ^ Anne Frank, Dagboek A, 15-16 juni 1942, in: Verzameld werk, Amsterdam: Prometheus, 2013
- ^ SAA, Politierapporten '40-'45, archiefnummer 5225, inventarisnummer 7304, Rapportnummer: 298, Meldingen, 26 oktober 1942. Voor Klaas Nap, zie: Ad van Liempt & Jan H. Kompagnie (red.), Jodenjacht: de onthutsende rol van de Nederlandse politie in de Tweede Wereldoorlog, Amsterdam, Balans, 2011.
- ^ SAA, Politierapporten '40-'45, archiefnummer 5225, inventarisnummer 7154: Rapportnummer: 302, 29 oktober 1942, mut. 14.00 uur en 30 oktober 1942, mut. 6.00 en 16.00 uur.
- ^ Arolsen Archives - International Center on Nazi Persecution, Bad Arolsen, Joodsche Raad Cartotheek, DocID: 130284663 (Zunia ERLICHMANN).
- a, b Arolsen Archives, DocID: 5148525.
- ^ Arolsen Archives, Joodsche Raad Cartotheek, DocID: 130284659 (Beila ERLICHMANN GALINSKAIA).
- a, b Arolsen Archives, Joodsche Raad Cartotheek, DocID: 130284662 (Tobias ERLICHMANN).
- ^ SAA, Dienst Bevolkingsregister, Gezinskaarten (toegangsnummer 5422): Gezinskaart Tobias Erlichman.