Herbert Willem Spijer
Herbert Willem Spijer was een klasgenoot van Margot Frank op het Joods Lyceum.
Herbert Willem Spijer was een zoon van Hartog Spijer (1885-1944) en Sophia Vorst (1890-1986).[1] Zijn vader werkte als ambtenaar op de gemeentesecretarie van Amsterdam.[2] Herbert had een twee jaar oudere zus: Elisabeth (Elleke) Catharina Spijer (1924-1973).[3]
Omdat het Joodse leerlingen en docenten per 1 september 1941 werd verboden reguliere scholen te bezoeken, moest Herbert naar het Joods Lyceum in Amsterdam. Hij had de ambitie om arts te worden en ging naar de H.B.S.-B afdeling.[4] Hij zat in klas 4B2, waar ook Margot Frank in zat.[5]
In augustus 1942 moest de familie Spijer onderduiken.[4] De verzetsman Jan Hemelrijk vroeg in september 1942 aan Eberhard Rebling (de man van Rebekka 'Lien' Brilleslijper) om Herbert uit Amsterdam weg te halen en om hem tijdelijk onder te brengen in 't Hooge Nest, het huis van Rebling-Brilleslijper in Bergen aan Zee. Vervolgens dook hij onder in Driehuis, bij Santpoort, in het huis van geschiedenisleraar Derk Johan Wansink. Wansink was een vriend van Jaap Hemelrijk, die net als zijn zoon Jan actief was in het verzet.[6] In november 1942 ging Rebling nog een keer op pad en bracht hij Herberts zus Elleke veilig van een onderduikadres in Amsterdam naar de familie Wansink in Driehuis.[7] Sinds 1941 leed Herbert aan een ziekte en de laatste acht maanden van de oorlog bracht hij in het ziekenhuis in Haarlem door.[4]
De moeder van Herbert zat sinds juli 1943 ondergedoken in St. Pancras in het huis van Jaap Verweel, zijn zus Barbara en broer Klaas. Zij vertelden dat de vrouw hun huishoudster was. Gedurende de laatste zes maanden van de oorlog verborgen de Verweels ook Elleke in hun huis.[8] Zij had haar schuilplaats in december 1944 moeten verlaten toen de Duitsers de bevolking uit de omgeving van IJmuiden, Velsen en Driehuis evacueerden.[6]
Tijdens de onderduik van Sophia vond ook haar echtgenoot, Hartog, tien weken onderdak in St. Pancras. Toen de vader van Herbert zich daar niet meer veilig voelde, werd hij ondergebracht in een onderduikerskamp in de Soerelse Bossen tussen Nunspeet en Vierhouten. In het zogenoemde Verscholen Dorp of Pas-Op-kamp zaten ongeveer tachtig mensen ondergedoken. Er leefden onder andere Joodse families, Nederlanders die weigerden in Duitsland te werken en een Duitse deserteur. Eind oktober 1944 werd het kamp door de SS ontdekt. Hartog Spijer werd met zeven andere Joodse onderduikers gepakt en gefusilleerd.[9] Zijn echtgenote en de kinderen overleefden de oorlog.[6]
Na de oorlog ging Herbert geneeskunde studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Toen de symptomen van zijn ziekte zich opnieuw voordeden, moest hij in 1946 weer enige maanden in het ziekenhuis doorbrengen. Vóór hij het tweede deel van zijn kandidaatsexamen zou doen, verergerde zijn ziekte zodanig, dat hij in Enkhuizen, waar hij destijds logeerde, in het ziekenhuis opgenomen moest worden. Uit de narcose voor de operatie, is hij niet ontwaakt. Hij overleed in 1948 op 22-jarige leeftijd.[4]
Bron persoonsgegevens.[1] Adressen: Hobbemakade 101-II, Amsterdam; Dintelstraat 4-II (juni 1945); Gerard Terborghstraat 6-I (juli 1945); Nieuwe Amstelstraat 26-I (januari 1947); Milletstraat 58-I (maart 1947).[1]
Noten
- a, b, c Stadsarchief Amsterdam (SAA), Dienst Bevolkingsregister, Archiefkaarten (toegangsnummer 30238): Archiefkaart Herbert Willem Spijer.
- ^ SAA, Pensioenkaarten, archiefnummer 5175, inventarisnummer 2013: Pensioenkaart Hartog Spijer.
- ^ SAA, Dienst Bevolkingsregister, Archiefkaarten (toegangsnummer 30238): Archiefkaarten Hartog Spijer, Sophia Vorst en Elisabeth Catharina Spijer.
- a, b, c, d Jaarboek der Universiteit van Amsterdam 1947-1948, II, Statistieken, Redevoeringen en Verslagen, p. 78, 1947-'48.
- ^ NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust en Genocidestudies, Amsterdam, W.S.H. Elte (toegang 181e), inv. nr. 2f: Absentenregister klas 4BII Joods Lyceum, 1 maart – 17 juli 1942; Dienke Hondius, Absent: herinneringen aan het Joods Lyceum Amsterdam, 1941-1943, Amsterdam: Vassallucci, 2001, p. 282.
- a, b, c Joods Monument: Hartog Spijer.
- ^ Roxane van Iperen, ’t Hooge Nest, Amsterdam: Lebowski, 2018, p. 118--119.
- ^ Museum Alkmaar 40-45: Jan Verweel & Klaas Verweel & Barbara Verweel.
- ^ Vierhouten, 'Het Verscholen Dorp'. Nationaal Comité 4 en 5 mei; Arolsen Archives - International Center on Nazi Persecution, Bad Arolsen, Joodsche Raad Cartotheek: DocID: 130378913 (Hartog SPIJER).