Rudi Meyer
Rudolf 'Rudi' Meyer was een Duits-Nederlandse filmhandelaar en -producent en een bekende van Otto Frank.
Ludwig Wilhelm Rudolf (Rudi) Meyer werd geboren als de zoon van Gustav Meyer (1872-1942) en Margaretha Meyer-Meyer (1878-1943).[1] Ze woonden in Berlijn en daar was Rudolf actief bij de Scouting.[2]
Via zijn oom, filmproducent Erich Pommer,[3] kwam Rudi terecht in de filmindustrie. Aanvankelijk werkte hij als boekhouder en publiciteitsmedewerker voor Decla-Bioskop, de productiemaatschappij van zijn oom,[4] maar na een paar jaar maakte hij de overstap naar distributeur en productent Althoff-Ambos-Film Aktiengesellschaft (Aafa)[5] van prodcent Gabriel Levy,[6] waar hij leiding gaf aan de exportafdeling van het bedrijf. Niet lang na de machtsovername van nazis, vertrok Meyer, samen met zijn niet-Joodse vrouw Alwine Else Messer naar Amsterdam, waar zij in oktober 1933 werden ingeschreven op het adres Michelangelostraat 54-I.[1] In Nederland richtte Meyer zijn eigen distributiebedrijf op, gericht op de aankoop van Nederlandse, Belgische en Franse films.[7] Samen met Gabriel Levvy, die ook naar Nederland was uitgeweken, en Jo Pearl, hoofd van de Nederlandse tak van het Hollywoodbedrijf Universal Studios, richtte Meyer in 1934 de productiefaciliteit Hollandsche Film Productie (Holfi) op. Vanaf 1935 produceerde Meyer zelfstandig films, waaronder De Kribbebijter, Pygmalion, Vadertje Langbeen, Morgen gaat het beter!, De spooktrein en Ergens in Nederland. Dat waren films van regisseurs die uit nazi-Duitsland waren gevlucht, zoals Hermann Kosterlitz, Ernst Winar, Ludwig Berger, Karel Lamač en Friedrich Zelnik.[8] Anne Frank knipte uit de Libelle een plaatje van actrice Lily Bouwmeester en acteur Cruys Voorbergh in de film Ergens in Nederland en plakte dat op de muur van haar kamer in het Achterhuis.[9]
In 1939 werd Meyer ook lid van de raad van bestuur van het filmdistributiebedrijf Filmex.[10] In maart 1939, enkele maanden na de Novemberprogrom van 1938 vestigden ook de ouders van Rudi Meyer naar Amsterdam,[11] waar zij aanvankelijk onderdak vonden bij Rudi en zijn echtgenote. Zij woonden sinds september 1935 op de Stadionkade.[1] Het uitbreken van de oorlog en de Duitse bezetting maakten voorlopig een abrupt einde aan Meyers carrière als filmproducent. Op 16 januari 1942 werd in Het Joodsche Weekblad een advertentie geplaatst van ‘de Joodsche Schoonmaakdienst’ met als adres Stadionkade 4.[12] Het bedrijf was van Meyer en zijn vrouw.[13]
De eerste vier jaar van de bezetting bracht Meyer als gemengd-gehuwde relatief veilig door in Nederland, beschermd als hij was door zijn huwelijk met een niet-Joodse vrouw, maar hij belandde uiteindelijk toch in Westerbork, waar hij 20 juli 1944 werd geregistreerd en werd ondergebracht in barak 67, de strafbarak.[13] Mogelijk heeft hij toch nog enige tijd ondergedoken gezeten. Vanuit Westerbork ging hij op 3 september 1944, evenals de onderduikers uit het Achterhuis, mee met het laatste transport naar Auschwitz. Zijn ouders waren op 24 augustus 1943 al vanuit Westerbork gedeporteerd naar Auschwitz en direct na aankomst vermoord.[14]
Rudi overleefde Auschwitz, waar hij werd bevrijd door het Rode Leger, en maakte dezelfde terugreis als Otto Frank naar Odessa en vandaaruit aan boord van de SS Monowai naar Marseille.[15] In het notitieboekje dat Otto Frank van januari tot juni 1945 bijhield, noteerde hij 'Rudi Meyer Film'.[16] Rudi Meyer was ook een van de mensen op Otto Franks verzendlijst bij verschijnen van Weet je nog? Verhalen en sprookjes in 1948.[17]
Na de bevrijding vestigde Rudi Meyer zich opnieuw in Nederland en zette hij zijn activiteiten als producer voort met documentaires en ambitieuze speelfilms, die deels gingen over de nazi-bezetting van Nederland en werden geregisseerd door bekende filmmakers als Paul Rotha (De overval, 1962) en Kees Brusse (Mensen van morgen, 1964). Tevens was hij producent van een van de succesvolste Nederlandse films aller tijden: Fanfare (1952), een film over rivaliserende fanfareorkesten onder regie van Bert Haanstra. De film werd grotendeels gedraaid in Giethoorn, waar Meyer opviel vanwege zijn onafscheidelijke toeter.[18] In september 1960 kreeg Meyer tijdens de uitzending van Anders dan anderen, een tv-programma van Bert Garthoff vergelijkbaar met In de Hoofdrol, een houten bankje in Giethoorn aangeboden als eerbetoon.[19] Op zijn beurt schonk Meyer weer een bankje aan Bert Haanstra.[20] Beide bankjes met opschrift zijn te vinden in een hoekje bij dorpskerk De Vermaning in Giethoorn.[21]
Het belangrijkste werkterrein van Meyer bleef echter zijn werk voor Filmex. Hij bleef er tot aan zijn dood actief en liet in de jaren vijftig onder meer de Nederlandse bioscoopbezoekers kennismaken met de Sissi-films. Volgens zijn dochter Dorrie kreeg Meyer na zijn gevangenschap in Auschwitz steeds meer kwalen. Over de oorlog sprak hij nooit.[21] Rudi Meyer overleed op 67-jarig leeftijd op 16 september 1969 in Euschkirchen, waar hij toen op vakantie was.[22]
Bron persoonsgegevens.[10] Adressen: Berlijn; Amsterdam: Michelangelostraat 54-I (oktober 1933), Stadionkade 4hs (september 1935); Schubertstraat 78hs (december. 1958).[1]
Noten
- a, b, c, d Stadsarchief Amsterdam (SAA), Dienst Bevolkingsregister Archiefkaarten (toegangsnumer 30238): Archiefkaart Ludwig Wilhelm Rudolf Meijer.
- ^ Scouting Nederland: Vrijheid in herdenken - Scouts in de oorlog: Joodse scouts – Rudolf Meyer.
- ^ Wikipedia: Erich Pommer.
- ^ Wikipedia: Decla-Bioskop.
- ^ Wikipedia: Althoff-Amboss-Film.
- ^ Wikipedia: Gabriel Levy.
- ^ Rudolf Meyer Film-Export, Österreichische Film-Zeitung, 11 november 1933 (via ANNO).
- ^ Eye Filmmuseum: Rudolf Meyer en de Nederlandse film in de jaren dertig.
- ^ Anne Frank Stichting, Collectie online: Afbeelding van Lily Bouwmeester en Cruys Voorbergh op de plaatjeswand in kamer van Anne Frank, 26 april 1940.
- a, b Wikipedia: Rudolf Meyer (Filmproduzent).
- ^ SAA, Dienst Bevolkingsregister Archiefkaarten (toegangsnummer 30238): Archiefkaart Gustav Meyer; Archiefkaart Margarethe Meyer.
- ^ Advertentie, Het Joodsche Weekblad, 16 januari 1942 (via Delpher).
- a, b Arolsen Archives – International Center on Persecution, Bad Arolsen, Joodsche Raad Cartotheek: DocID: 130341895 (Ludwig W R MEYER).
- ^ Arolsen Archives, Joodsche Raad Cartotheek: DocID: 130341696 (Gustav I MEYER); DocID: 5151286; DocID: 130341902 (Margaretha S MEYER); DocID: 5151316.
- ^ AFS, AFC, reg. code A_OFrank_I_001: 18 lijsten opgemaakt door Centraal Registratie Bureau voor Joden met namen van Joodse overlevenden, 1945, lijst no. 3, lijst van Joden, via Odessa in Marseille aangekomen.
- ^ Anne Frank Stichting (AFS), Anne Frank Collectie (AFC), Otto Frank Archief, reg. nr. OFA_40: Notitieboekje Otto Frank 1945.
- ^ AFS, AFC, reg. code OFA_101.1: Correspondentie en stukken m.b.t. de uitgave van ''Weet je nog?'', 1948-1962. De naam Rudi Meyer is ook nog terug te vinden in een notitieboekje uit de jaren vijftig. AFS, AFC, reg. code OFA_42: Notitieboekje Otto en Fritzi Frank 1952-1960.
- ^ "Fanfare": Meyer toetert en Haanstra regisseert, Nieuwe Haarlemsche Courant, 6 juni 1958 (via Delpher).
- ^ Rudi Meyer hoofdfiguur in "Anders dan anderen", Leeuwarder Courant, 24 september 1960 (via Delpher).
- ^ Fanfare-banken in Giethoorn, Het Parool, 27 mei 1961 (via Delpher).
- a, b 'Giethoorn blijft prachtig, maar vroeger was het hier toch romantischer', de Stentor, 28 september 2007.
- ^ Filmproducent Rudi Meyer overleden, Het Rotterdamsch Parool, 23 september 1969 (via Delpher).