NL

Concentratiekampen

Concentratiekampen is het verzamelbegrip voor de gevangenenkampen, meestal in de vorm van barakken, die worden gebruikt om mensen (gedwongen) te verzamelen. Voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog werden concentratiekampen gebruikt om vervolgden op te sluiten of te vermoorden. Ook werden ze gebruikt voor de tewerkstelling van gevangenen.

Er waren ongeveer 1.000 concentratie- en subkampen en zeven vernietigingskampen. Ze waren bedoeld voor de moord op miljoenen mensen, de eliminatie van politieke tegenstanders, de uitbuiting door dwangarbeid, menselijke medische experimenten en de internering van krijgsgevangenen. Het kampsysteem vormde een essentieel onderdeel van het nationaal-socialistische regime van onrecht, waarvan grote takken van de Duitse industrie direct of indirect profiteerden.

De onderduikers uit het Achterhuis belandden allemaal in verschillende concentratie- en vernietigingskampen: 

  • Anne Frank: Westerbork, Auschwitz-Birkenau, Bergen Belsen
  • Margot Frank: Westerbork, Auschwitz-Birkenau, Bergen Belsen
  • Edith Frank: Westerbork, Auschwitz-Birkenau
  • Otto Frank: Westerbork, Auschwitz-I
  • Peter van Pels: Westerbork, Auschwitz-I, Mauthausen, Melk
  • Hermann van Pels: Westerbork, Auschwitz-I
  • Auguste van Pels: Westerbork, Auschwitz-Birkenau, Bergen Belsen, Raguhn
  • Fritz Pfeffer: Westerbork, Auschwitz-I, Neuengamme