NL

Arie Nielson

Arie Nielson was docent voor de LOI-cursus Elementair Latijn die door Margot Frank tijdens de onderduik werd gevolgd.

Arie Cornelis Nielson werd op 12 juni 1912 geboren als de zoon van Cornelis Nielson (3 mei 1880) en Elisabeth Wilhelmina Nielson-Visser (30 november 1884). Hij had een oudere zus Marie Elisabeth Nielson (12 december 1908).[1]

In 1936 was Nielson cum laude geslaagd voor het kandidaatsexamen klassieke letteren aan de Rijksuniversiteit Leiden.[2] Hij werd vervolgens docent bij de Leidse Onderwijsinstellingen (LOI), waar hij de cursus 'Elementair Latijn' verzorgde. Terwijl Margot Frank was ondergedoken in het Achterhuis volgde zij deze cursus op naam van Bep Voskuijl. Op haar huiswerk schreef Nielson vrijwel wekelijks complimenten vanwege haar goede resultaten.[3]

In zijn woonplaats Rotterdam was Nielson kyrkvärd (kerkmeester) van de Zweedse Kerk.[4]

Tijdens de grote razzia van Rotterdam op 10 en 11 november 1944 werd hij opgepakt en voor de Arbeidsinzet weggevoerd naar nazi-Duitsland. Daar werd hij te werk gesteld in Dingden, een dorp in de buurt van Bocholt. Met vijfhonderd andere mannen werd hij ondergebracht in de feestzaal van een lokale kroeg. Door zijn academische achtergrond en betrokkenheid bij de kerk genoot hij aanzien en trad hij op als ombudsman voor de andere tewerkgestelden Nederlanders. Ook assisteerde hij de dokter en dominee. Na de oorlog keerde hij terug naar Rotterdam.[5]

Otto Frank stuurde Nielson in juni 1947 een exemplaar van Het Achterhuis. Hij schreef daarbij: U heeft veel zorg aan de lessen besteed, die aan mijn dochter Margot grote voldoening gaven […].

Nielson antwoordde op 17 juli 1947 onder meer: 'Gedurende de oorlog hebben honderden onderduikers […] onze lessen gevolgd. […] Honderden brieven uit deze tijd, bewaar ik als een kostbare herinnering aan de vele angstige en eenzame onderduikers, aan wie mijn lessen troost en cultuur brachten […]” [6]

Nielson vertaalde regelmatig Latijnse teksten. In samenwerking met jurist A. Dirkzwager publiceerde hij in 1949 een vertaling van Erasmus’ De lof der zotheid.[7]

Bron persoonsgegevens.[8] Adressen: Rodenrijschelaan 37a, Rotterdam.[9]

Noten

  1. ^ Stadsarchief Rotterdam, Bevolkingsregistratie, gezinskaarten, toegang 494-03, inv. nr. 851-344: Cornelis Nielson en Elisabeth Visser.
  2. ^ “Academische examens”, Leidsch Dagblad, 3 april 1936.
  3. ^ Anne Frank Stichting (AFS), Anne Frank Collectie (AFC), reg. code A_MFrank_I_073-109, Zie ook: Anne Frank, Dagboek B, 17 november 1943, in: Verzameld werk, Amsterdam: Prometheus, 2013.
  4. ^ ‘De "dominee" deed z’n best’, Algemeen Dagblad, Rotterdam, 24-11-1984. Via Delpher: https://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBPERS01:003032021:mpeg21:p00051 (geraadpleegd 5 februari 2024).
  5. ^ 'De "dominee" deed z'n best', Algemeen Dagblad, Rotterdam, 24-11-1984; Hubert van Hove, Reis naar het einde. Razzia van Rotterdam, Amsterdam, Studentendrukwerk Groningen, 2023.
  6. ^ AFS, AFC, Otto Frank Archief, reg. code OFA_100: Correspondentie Otto Frank-A.C. Nielson, 1947.
  7. ^ Desiderius Erasmus, Moriae Encomium dat is De lof der Zotheid, Amsterdam: Paris, 1949.
  8. ^ Stadsarchief Rotterdam, Burgerlijke Stand Rotterdam, geboorteakten, toegang 999-01, inv. nr. 1912J, folio nr. j059: Arie Cornelis Nielson; Centraal Bureau voor Genealogie, Den Haag, Centraal archief van overledenen: Persoonskaart A.C. Nielson.
  9. ^ AFS, AFC, reg. code A_MFrank_I_061: Schrijven A.C. Nielson, 15 november 1943.