Bloeme Evers - Emden
Bloeme Emden was een kennis van Margot en ontmoette de familie Frank in Westerbork en Auschwitz.
Bloeme Emden werd op 5 juli 1926 geboren in Amsterdam,[1] in een warm en politiek bewust gezin.[2] Ze was de dochter van Emanuel Emden (1889-1943) en Roza de Vries (1902-1943). Ze had een zes jaar jonger zusje Via Roosje Emden (1932-1943) en woonde op de Lutmastraat 194 II in Amsterdam.[3] Bloeme groeide op in een vrijwel volledig Joodse omgeving, hoewel haar ouders niet-religieus waren.
Anti-Joodse maatregelen
In 1941 moest Bloeme, vanwege de anti-Joodse maatregelen, haar middelbare school verlaten. Volgens haar eigen herinneringen ging ze toen naar het Joods Lyceum en kreeg ze contact met Margot Frank, die in haar parallelklas van de HBS-afdeling zou hebben gezeten.[2] Ook Anne Frank kon Bloeme zich herinneren, maar vanwege het leeftijdsverschil bemoeiden ze zich weinig met elkaar.[4] Bloeme vergiste zich hier alleen, want zij zat niet op het Joods Lyceum. Haar naam komt niet voor in het Absentenregister van de school.[5] Zij ging in 1941 naar de Joodse HBS-A met vijfjarige cursus[6] op Mauritskade 24.[7]
In juli 1942 kreeg Bloeme, net als Margot Frank, een oproep om zich te melden voor werk in Duitsland.[8] Haar vader Emanuel Emden was zo wanhopig dat hij naar het Zentralstelle für Jüdische Auswanderung ging en daar een Sperre (tijdelijke vrijstelling) regelde voor zijn dochter.[2] Toen de deportaties begonnen, werden de klassen op de Joodse HBS-A steeds leger. Uiteindelijk werd haar school in december 1942 samengevoegd met het Joods Lyceum op Voormalige Stadstimmertuin 1.[9] Toen was Margot Frank al enkele maanden ondergedoken, dus ze kunnen elkaar daar niet hebben ontmoet.
In mei 1943 was Bloeme de laatste overgebleven leerling in haar klas: de rest van haar klasgenoten was inmiddels ondergedoken of gedeporteerd. Ze verzocht de rector Maurits Belinfante om vervroegd haar mondeling eindexamen te mogen doen.[10] Samen met vier leerlingen van andere Joodse scholen legde ze op maandag 17 mei en dinsdag 18 mei 1943 het examen af en kreeg ze haar diploma.[11]
Eind mei 1943 werd Bloeme van huis gehaald en overgebracht naar de Hollandsche Schouwburg. Ze wist te voorkomen dat ze geregistreerd werd en kon ontsnappen door met de kinderen mee te lopen naar de crèche aan de overkant en met de tram mee te rennen die het zicht vanuit de Schouwburg blokkeerde. Via vrienden van haar ouders lukte het haar om onder te duiken.[12]
Gevangen
Na vijftien onderduikadressen werd ze in augustus 1944 gearresteerd toen de verzetsgroep waarbij ze verbleef was verraden. Bloeme had in het totaal vijftien maanden ondergedoken gezeten voordat ze in Westerbork aankwam en daar opnieuw de familie Frank ontmoette.[13]
Net als de acht onderduikers uit het Achterhuis ging Bloeme op 3 september 1944 op transport naar concentratiekamp Auschwitz. Daar kwam Bloeme in dezelfde barak terecht als Anne, Margot en Edith Frank.[2]
In de barak vormde Bloeme een groep met dertien Nederlandse vrouwen, waaronder Lenie de Jong-van Naarden. De groep ontleende steun aan elkaar en hielp elkaar waar mogelijk. Ook Anne, Margot en Edith Frank zag Bloeme regelmatig en ze herinnerde zich dat zij altijd gedrieën waren.[14]
Bloeme kon zich de laatste keer dat ze de familie Frank gezien had nog herinneren:
‘Er had weer een selectie plaatsgevonden. Ik sprak mevrouw Frank met Margot; Anne was ergens anders, ze had Krätze. (…) Anne kon dus niet met onze groep mee, en mevrouw Frank, gesecondeerd door Margot zei: ‘En wij gaan natuurlijk met haar mee.’ Ik herinner me dat ik knikte, dat ik dat begreep. Dat was het laatste dat ik van ze gezien heb.’[15]
Zelf werd Bloeme, net als 50 andere Nederlands Joodse vrouwen, eind oktober 1944 overgeplaatst naar een Arbeitslager in Liebau, Opper-Silezië, waar ze dwangarbeid moest verrichten.[16] De vrouwen werkten zes en halve dag per week en waren op zondagmiddag vrij. Bloeme herinnerde zich dat tijdens die vrije uren liedjes werden gezongen die Rozette (Ronnie) van Cleef (1921-2008) schreef op opera- en operettemelodieën.[17]
Op 8 mei 1945 werden ze daar bevrijd: ‘op de eerste zonnige dag in mei.’[18]
Bron persoonsgegevens.[19] Adressen: Lutmastraat 194 II, Amsterdam ('27);[1] Herzliya, Israël (2016).[19]
Noten
- a, b Stadarchief Amsterdam (SAA), Dienst Bevolkingsregister, Archiefkaarten (toegangsnummer 30238): Archiefkaart Bloeme Emden.
- a, b, c, d Anne Frank Stichting (AFS), Getuigenarchief, Interview Bloeme Evers-Emden, 11 maart 2010.
- ^ SAA, Dienst Bevolkingsregister, Archiefkaarten (toegangsnummer 30238): Archiefkaarten Emanuel Emden en Roza de Vries.
- ^ Willy Lindwer, De laatste zeven maanden. Vrouwen in het spoor van Anne Frank, Hilversum: Gooi & Sticht, 1988, p. 130.
- ^ NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust en Genocidestudies, Amsterdam, W.S.H. Elte (toegang 181e), inv. nr. 2f: Absentenregister klas 4BI Joods Lyceum, 1 maart – 17 juli 1942; Hondius, Absent, p. 280-281.
- ^ Niet te verwarren met de orthodox-Joodse HBS op Voormalige Stadstimmertuin 2. Zie: Joods Amsterdam, Joodse HBS / Maimonides en Mauritskade 24 – Joodse HBS.
- ^ Bloeme Evers-Emden, Als een pluisje in de wind, Amsterdam: Uitgeverij Van Praag, 2012, p. 64.
- ^ Anne Frank, Dagboek Dagboek A, 8 juli 1942, in: Verzameld werk, Amsterdam: Prometheus, 2013. Op zaterdag 4 juli 1942 verstuurde de Zentralstelle zulke oproepen aan duizend vooral Duitse en deels heel jonge Joden. Deze jongeren moeten zonder hun ouders vertrekken. L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, Deel VI: juli '42 -Mei '43, eerste helft, 's-Gravenhage: Nijhoff, 1975, p. 5.
- ^ Verdwenen Joodse Scholen: Confessionele Joodsche HBS; Digitaal Joods Monument: Joodsche 5-jarige HBS oorspronkelijk Mauritskade Amsterdam.
- ^ Evers-Emden, Als een pluisje in de wind, p. 74.
- ^ SAA, Archief van de Joodse HBS, van de Stichting Joodse Scholengemeenschap JBO en Gelieerde Scholen (toegangsnummer 1330), Archief van de Joodse HBS, 1.8: Onderwijs en Buitenschoolse Activiteiten, inv. nr. 81: Stukken betreffende eindexamens, 1933-1943: Rooster van het vervroegde mondelinge examen der H.B.S."A" en "B" en van het vervroegde extranei-examen "B" op maandag 17 mei en dinsdag 18 mei 1943.
- ^ Evers-Emden, Als een pluisje in de wind, p. 75-79.
- ^ Lindwer, De laatste zeven maanden, p. 132-134.
- ^ Lindwer, De laatste zeven maanden, p. 143.
- ^ Lindwer, De laatste zeven maanden, p. 142-143.
- ^ Lindwer, De laatste zeven maanden, p. 138. Ze ook: Smolinski Foundation: Krachtbronnen en Anne Frank.
- ^ Lindwer, De laatste zeven maanden, p. 139; AFS, Getuigenarchief. Interview Bloeme Everts-Emden, 11-maart 2010.
- ^ Bloeme bleek uiteindelijk de enige van haar familie die de Holocaust had overleefd. Lindwer, De laatste zeven maanden, p. 145.
- a, b Wikipedia: Bloeme Evers-Emden.