Louis Boas
Louis Boas maakte net als Otto Frank deel uit van het transport van 3 september 1944 naar Auschwitz en van de repatriëringsreis via Odessa naar Nederland.
Louis Boas trouwde op 24 januari 1940 met Maria Jacoba (Miep) Grönloh, een dochter van de schrijver Jan Hendrik Frederik Grönloh, pseudoniem Nescio, die getuige was bij het huwelijk.[1] Boas was onderwijzer en beschikte over een akte Frans.[2]
Om onbekende redenen kwam hij als gemengd-gehuwde in Westerbork terecht en ging hij op 3 september 1944 met het laatste transport mee naar Auschwitz: hetzelfde transport als de familie Frank. In Auschwitz had Boas de status van Schutzhaftling.[3]
Een bibliothecaresse die met zijn schoonvader, Nescio, in contact stond, schreef op 8 oktober 1944 aan de letterkundige Nico Donker: 'Ze tobben wel wat over de dochter […] nu haar man naar D. is gevoerd'.[4] En zelf schreef Nescio/Grönloh op 29 oktober 1944 nadat Miep had geschreven dat haar man inmiddels was 'doorgestuurd': ‘Van het bericht over Louis schrokken wij toch even, al waren wij er al lang op geprepareerd, Ossi [= zijn vrouw Agatha] moest huilen. Maar wie weet, ook dit komt misschien ten slotte nog terecht'.[5]
Na de bevrijding van Auschwitz maakte Louis Boas dezelfde repatriëringsreis als Otto Frank terug naar Nederland. Vanaf Odessa voeren ze met het schip de MS Monowai naar Marseille.[6] Op 27 mei 1945 sturrde hij een briefkaart uit Marseille naar een buurman of die zijn schoonouders wilde waarschuwen dat hij ‘heelhuids en in prima conditie’ op weg naar huis was.[7]
Otto Frank noteerde de naam Louis Boas in het notitieboekje dat hij tijdens zijn repatriëring bijhield.[8] Ze hadden nadien geen intensief contact, maar ze troffen elkaar in november 1967 bij toeval in een restaurant.[9] Louis Boas en zijn vrouw Miep Boas-Grönloh tekenden in 1980 bij de Anne Frank Stichting het condoleanceregister na Otto’s dood.[10]
Bron persoonsgegevens.[11] Adressen: Eerste Oosterparkstraat 11 I, Amsterdam; Nieuwe Herengracht 97 I, Amsterdam (’41 en ‘46); Statenweg 177a, Rotterdam (1953);[11] Paetsstraat 11;[9] Archimedesplantsoen 36 I, Amsterdam (1980).[10]
Noten
- ^ Stadsarchief Amsterdam (SAA), Burgerlijke Stand (toegang 5009), inv. nr. 6595: register van huwelijksakten 1940, deel 3, 32v, akte 45.
- ^ SAA, Secretarie, Afdeling Onderwijs en rechtsvoorganger (toegang 5191), inv. nr. 10830: lijst Joods personeel bij het gemeentelijk onderwijs, 25 september 1942.
- ^ ’Nederlandse Rode Kruis, Bureau Oorlogsnazorg, inv. nr. 1066: transportlijst Westerbork-Auschwitz, 3 september 1944, volgnr. 785; Arolsen Archives – International Center on Persecution, Bad Arolsen, Joodsche Raad Cartotheek: DocID: 130263371 (Louis BOAS).
- ^ Maurits Verhoeff, Verlangen zonder te weten waarnaar. Over Nescio, Amsterdam: Bas Lubberhuizen, 2011, p. 180.
- ^ Nescio, Zingen in het donker: brieven uit de hongerwinter, bez. en toegel. door Lieneke Frerichs, Amsterdam: Van Oorschot, 2025, p. 64.
- ^ Anne Frank Stichting (AFS), Anne Frank Collectie (AFC), reg. code A_OFrank_I_001: 18 lijsten opgemaakt door Centraal Registratie Bureau voor Joden met namen van Joodse overlevenden, 1945, lijst no. 3, lijst van Joden, via Odessa in Marseille aangekomen. Zie ook: Louis Boas, ‘Ik fluister mijn kussen door het nachtelijk blauw...’, in: De Vlam: weekblad voor vrijheid en cultuur, 1 (1945) 12 (11 augusus) (via Delpher).
- ^ Nescio, Zingen in het donker, p. 205.
- ^ AFS, AFC, Otto Frank Archief (OFA), reg. code OFA_040: Notitieboekje met verslag van repatriëring door Otto Frank, achtste beschreven bladzijde plus notitie 19 mei 1945.
- a, b AFS, AFC, OFA, reg. code OFA_051: Kaartenbak IV, adressenbestand Holland, kaartje ‘Louis Boas (Lehrer)’.
- a, b AFS, AFC, OFA, reg. code OFA_066: Condoleanceregister Otto Frank.
- a, b SAA, Dienst Bevolkingsregister, Archiefkaarten (toegang 30238): Archiefkaart Louis Boas; NIOD, toegang 248-A2524: Dossier - Boas, Louis.