Bram Asscher
Bram Asscher was een klasgenoot van Margot Frank op het Joods Lyceum in Amsterdam. Hij schreef in kamp Westerbork een brief aan zijn moeder waarin hij Margot en haar familie noemt.
Abraham (Bram) Asscher was een zoon van Eliazer Asscher (1878-1935) en Stephanie Fischer (1895-onbekend).[1] Zijn vader was diamantkoopman en een broer van Abraham Asscher, één van de twee voorzitters van de Joodsche Raad. Bram was de middelste van drie kinderen. Hij had een oudere broer, Isaäc Jacques Asscher (1916), en een jongere broer, Jacob (Jeannot, Jean) Asscher (1925).[2]
Bram was in het schooljaar 1941-'42 een klasgenoot van Margot Frank in klas 4B2 van het Joods Lyceum in Amsterdam.[3] In schooljaar 1942-'43 zat hij in klas 4B en hij werd begin september 1943 zelfs nog aangemeld voor de 5e klas.[4] Maar dat zou er niet van komen.
Samen met zijn broer Jacob zat hij van 29 september 1943 tot 13 september 1944 in kamp Westerbork.[5] Hoewel hij niet in de strafbarak zat, zag hij in deze periode Margot en haar familie in het kamp en schreef daarover aan zijn moeder.
Na het overlijden van Brams vaders in 1935 op 57-jarige leeftijd in Parijs, trouwde zijn moeder in maart 1941 met Dirk Leendert Tollenaar, een niet-Joodse man.[6] Zij had daardoor als gemengd gehuwde een Sperre - een vrijstelling voor deportatie. Haar zoons hadden als kinderen van twee Joodse ouders deze bescherming echter niet. Samen met zijn broer Jeannot werd Bram op 29 september 1943 overgebracht naar doorgangskamp Westerbork. Op 13 september 1944 werd hij als onderdeel van de ‘diamantgroep’ gedeporteerd naar het Sternlager van concentratiekamp Bergen-Belsen. Beide broers overleefden de kampen en werden in mei 1945 in Hillesleben bevrijd.[5]
Oudste broer Jacques was een Engelandvaarder, zo werd iemand genoemd die na de capitulatie van de Nederlandse strijdkrachten uit bezet gebied wist te ontsnappen. Met de bedoeling zich in Engeland bij de geallieerde strijdkrachten aan te sluiten om actief aan de strijd tegen de vijand deel te nemen.[7] Jacques vertrok in april 1941 per trein naar Brussel en kwam via Parijs en Spanje in Portugal terecht, vanwaaruit hij naar New York vloog. Na te zijn goedgekeurd voor militaire dienst, werd hij in Canada ingescheept aan boord van SS Queen Elizabeth. In december 1942 kwam hij aan in Schotland.[8]
Brieven uit Westerbork
Bram zat in Westerbork in het ‘vrije’ kampdeel. Hij mocht eens in de veertien dagen een brief of twee kaarten schrijven en pakjes ontvangen. Op 25 augustus 1944 schreef Bram vanuit Westerbork aan zijn moeder dat Margot, Anne en hun ouders in de strafbarak van kamp Westerbork zaten opgesloten: ‘Mama, weet U dat Margot hier is? Dat vriendinnetje van Trees. U kent haar zeker nog wel, he? Zij is met haar ouders en zusje in de S. Erg jammer!’ Bram bedankte zijn moeder in de brief verder voor de mooie tandenborstel en andere spulletjes.[9] Deze brief is een van de weinige persoonlijke bronnen, waarin wordt verwezen naar de aanwezigheid van de familie Frank in Westerbork.
In de brieven vanuit Westerbork schrijft Bram veelvuldig over Trees Lek, zijn verloofde, die samen met haar twee zussen in Vught gevangen zat, en haar ouders, die bij hem in Westerbork zaten.[10] Volgens onbevestigde berichten trouwde hij met Trees.[11] Uit haar persoonskaart in het bevolkingsregister blijkt dit echter niet.[12] Dat ze samen al iets hadden op school, blijkt uit een aantekening in het dagboek van Anne, waarin zij schrijft dat zij en Margot op een avond in de badkamer spraken 'over Bram en Trees!'.[13]
Bron persoonsgegevens.[1] Adressen: Beethovenstraat 122 II, Amsterdam (’36); Stadionkade 41 hs (’41); [1] Ericalaan 197, Den Haag.[14]
Noten
- a, b, c Stadsarchief Amsterdam (SAA), Dienst Bevolkingsregister, Archiefkaarten (toegangsnummer 30238): Archiefkaart Stephanie Fischer.
- ^ Akevoth: Family page, Eliazer Asscher, alias: Elie. Daar staat ten onrechte dat Jacob in 1945 in Bergen-Belsen is gestorven; hij overleed op 23 november 1994 in Parijs. Familiebericht, De Telegraaf, 30 november 1994.
- ^ NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust en Genocidestudies, Amsterdam, W.S.H. Elte (toegang 181e), inv. nr. 2f: Absentenregister klas 4BII Joods Lyceum, 1 maart – 17 juli 1942; Dienke Hondius, Absent: herinneringen aan het Joods Lyceum Amsterdam, 1941-1943, Amsterdam: Vassallucci, 2001, p. 281.
- ^ NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust en Genocidestudies, Amsterdam, Archief 181e (W.S.H. Elte), inv. nr. 2f, Correspondentie met de afdeling Onderwijs van de Joodsche Raad en andere instanties over onder meer de inschrijving van leerlingen en de aanstelling van leraren, 19 december 1941 - 7 september 1943: A. Robles aan W.S.H. Elte, 3 september 1943.
- a, b Joodse Raad kaart Abraham Asscher, Document ID: 130252763, Arolsen Archives.
- ^ SAA,Dienst Bevolkingsregister, Archiefkaarten (toegangsnummer 30238): Archiefkaart Dirk Leendert Tollenaar.
- ^ Wikipedia: Engelandvaarder.
- ^ Nationaal Archief, Den Haag, Engelandvaarders, 1940-1945, Reizen van Engelandvaarders, Achternaam: Asscher.
- ^ Kamp Westerbork Digitale Collectie, Bram Asscher aan familie D.L. Tollenaar, 24 augustus 1944. Zie ook: Eva Moraal, Als ik morgen niet op transport ga... Kamp Westerbork in beleving en herinnering, Amsterdam: De Bezige Bij, 2014, p. 363.
- ^ Kamp Westerbork Digitale Collectie, Correspondentie van Bram Asscher met D.L. Tollenaar, 20 november 1943 - 22 mei 1945.
- ^ E-mail van Dienke Hondius, 26 februari 2012. Dienke heeft de informatie van Ina Polak.
- ^ SAA,Dienst Bevolkingsregister, Archiefkaarten (toegangsnummer 30238): Archiefkaart Treesje Evelijn Lek.
- ^ Anne Frank, Dagboek A, 23 maart 1944, in: Verzameld werk, Amsterdam: Prometheus, 2013.
- ^ Familiebericht, De Telegraaf, 30 november 1994.
Digitale Bestanden (1)
Bram Asscher en Trees Lek, kort na de oorlog
Copyright: Rechthebbende(n) onvindbaar
Photographer: De collectie kan worden ingezet voor het publiek