NL

Annie Romein - Verschoor

Annie Romein hielp Otto Frank met het vinden van een uitgever voor het dagboek van zijn dochter Anne.

Annie Romein - Verschoor was een schrijfster en geschiedkundige.

Annie Romein had, net als haar man Jan Romein, marxistische sympathieën. Tijdens de Tweede Wereldoorlog hielpen Annie en Jan verschillende onderduikers. Ook participeerden ze in andere vormen van verzetswerk, zo waren ze beiden betrokken bij de illegale pers. Jan zat in 1942 enkele maanden vast in Kamp Amersfoort. In deze periode werd bij Annie aangedrongen lid te worden bij de 'Kultuurkamer', wat zij principieel weigerde.[1] De Kultuurkamer was een, door de bezetters ingesteld, instituut waar onder andere schrijvers en journalisten bij aangesloten moesten zijn om hun beroep uit te mogen oefenen. 

In 1946 kreeg Annie een kopie van het dagboek van Anne Frank in handen, daar Otto Frank een kennis van haar was. Otto Frank verklaarde later dat zijn vriend Werner Cahn (aan wie hij het oorspronkelijke manuscript had voorgelezen en die bij uitgeverij Querido werkte) buiten zijn medeweten typescript II naar Annie Romein-Verschoor had gebracht. Annie herinnerde zich dat Otto zelf het manuscript aan haar had gegeven.[2] 

Annie stond destijds al bekend als gevierd schrijfster, en was bekroond met de Dr. Wijnaendts-Franckenprijs. Ze hielp Otto, in de eerste instantie tevergeefs, met het zoeken van een uitgever via haar eigen contacten. Zo droeg ze het dagboek in elk geval aan bij uitgeverij Querido. Querido wees het boek af, daar er verwacht werd dat er geen belangstelling was voor oorlogsdagboeken zo kort na de oorlog.[1]

In deze periode sprak Otto ook met andere kennissen over zijn wens het boek uit te brengen. In dergelijke gesprekken noemde hij de hulp van Annie Romein in deze zoektocht ook.[3]

Annie deelde het dagboek en de perikelen in het zoeken naar een uitgever met haar man Jan. Mede dankzij een column van Jan in Het Parool op 3 april 1946 vond Otto uiteindelijk wel een uitgever, Contact, voor het boek.[4] De versie van Het Achterhuis die in 1947 uitkwam, bevatte een voorwoord geschreven door Annie.

De correspondentie tussen Otto en het echtpaar Romein verliep veelal via Annie, zo adresseerde Otto de eerste uitgave van Het Achterhuis primair aan haar.[5]

Op latere leeftijd schreef Annie over het belang van het herinneren van de Tweede Wereldoorlog en het bijkomende racisme. Ze schreef ook over haar eigen aversie ten opzichte van musea ontstaan uit de restauratie van relevante plekken, zoals Staatsmuseum Auschwitz-Birkenau en het Anne Frank Huis, die ze persoonlijk liever niet bezocht omdat ze voor haar niet authentiek aanvoelden.[1]

Bron persoonsgegevens.[6]

Noten

  1. a, b, c Annie Romein-Verschoor, Omzien in verwondering II, Amsterdam: Singel Uitgevers, 1971.
  2. ^ Anne Frank Stichting (AFS), Anne Frank Collectie (AFC), Otto Frank Archief (OFA), reg. code OFA_070: Bitte schreiben Sie mir etwas über Anne Frank, p. 8. Werner Cahn beweerde hetzelfde. Zie: NIOD, archief 257d, De dagboeken van Anne Frank, inv. no. 1i: Gespreksverslag Werner Cahn. Jan Romein herinnerde zich later dat Otto Frank zelf het manuscript bij zijn vrouw bracht met het verzoek te bemiddelen bij het vinden van een uitgever. AFS, AFC, OFA, reg. code OFA_089. Annie Romein-Verschoor herinnerde zich dat Otto Frank zelf het dagboek bij haar bracht. Omzien in verwondering 2, p. 109.
  3. ^ AFS, Getuigenarchief, Getuigeninterview Mozes Max van Kreveld door Dineke Stam, 5 december 1995.
  4. ^ AFS, AFC, OFA, reg. code OFA_89.2, Tekst van een interview met Jan Romein betreffende zijn rol bij de uitgave van het dagboek van Anne Frank.
  5. ^ AFS, AFC, OFA, reg. code OFA_100.66, Correspondentie van Annie Romein-Verschoor met Otto Frank, 1947.
  6. ^ Stadsarchief Amsterdam, Dienst Bevolkingsregister, Archiefkaarten (toegangsnummer 30238): Archiefkaart Anna Helena Margaretha Verschoor; Wikipedia; Annie Romein Verschoor.